
‘Mijn fitheid is genetisch bepaald’
“Inmiddels woon ik bijna een half jaar in het Gastenhuis in Leusden. Daarvoor woonde ik in Zwolle, daar heb ik nog veel familie wonen. Mijn dochter woont in Leusden met haar gezin en ze wilde graag dat ik bij haar in de buurt kwam wonen. Tja, zij vindt dat haar vader oud wordt, terwijl ik pas 85 jaar ben. Maar zo voel ik me niet hoor, ik zou eerder zeggen dat ik een vijftiger ben. Weet u, ik heb die leeftijd wel, maar in mijn hoofd voelt het niet zo.”
Vrede mee
“Tot voor kort reed ik nog auto, maar daar rijdt mijn dochter nu mee. Dat blijf ik wel moeilijk vinden, ook al heb ik er zelfstandig en vrijwillig afstand van gedaan toen ik de diagnose dementie kreeg. Het was een hele stap, afstand doen van je autonomie. Dat is wat, hoor. Maar goed, ik heb er vrede mee zoals het nu is. Ik stel het heel erg op prijs dat ik zo mijn ‘oude leven’ kan voortzetten hier. Inmiddels weten ze hier allemaal dat ik geheel zelfstandig mijn beslissingen neem en ook de hort op ga. Ik fiets ook veel in de buurt. En ik ga geregeld, een paar keer per jaar als het zo uitkomt, zelfstandig naar Zwolle toe met de trein. Daar woont onder andere mijn oudere zus.”
Familie-app
“Vanuit hier fiets ik naar het station van Amersfoort. Ze hoeven zich van het Gastenhuis zeker niet ongerust te maken, ik kom elke keer nog gewoon terug zoals u ziet. Als ik dan naar Zwolle ga, meld ik dat in onze familie-app. In Zwolle heb ik een fiets staan in de stalling. Dan fiets ik van het station naar mijn zus. Ja hoor, ik ga gemakkelijk op één dag op en neer. En nee, na zo’n dag ben ik niet moe. Ik lig wel graag om 23 uur in mijn bed, maar dat heb ik elke avond. Die fitheid van mij? Dat is genetisch bepaald, mijn 88-jarige zus is misschien nog wel fitter dan ik!”
Cryptogrammen
“Jazeker, in het begin had ik best wel heimwee naar Zwolle en naar mijn oude woonsituatie, maar dat is helemaal over. Toen ik hier in Leusden kwam wonen, wil niet zeggen dat ik van de ene op de andere dag hulpbehoevend was. Maar goed, ik woon hier niet voor niets, dat snap ik goed. Ik schijn hier met mijn dochter meerdere keren geweest te zijn om het Gastenhuis te bekijken, maar het gekke is, daar weet ik niets meer van. Dat is een teken dat er wel iets aan mij mankeert. Aan de andere kant ben ik nog erg scherp, houd ik van taal en maak ik dagelijks cryptogrammen. Dat vind ik het tegenstrijdige en ja, het baart mij wel zorgen.”
Roeping
“Ik ben mijn leven lang onderwijzer geweest op een lagere school en later gaf het ik het vak Duits op een mavo. Lesgeven wilde ik als kind al, je kunt wel zeggen dat het mijn roeping was, ik ben er simpelweg voor in de wieg gelegd. En neem, ik had geen ander vak gehad willen hebben. Bovendien had ik altijd veel plezier met de kinderen. En zij konden goed opschieten met mij. Ik was altijd vrolijk en toegankelijk, ik hoefde dan ook nooit boos te worden of te straffen. Omdat ik een beetje een Oost-Nederlands accent heb, vroegen de kinderen wel eens of ik Duitser was!”
Betutteling
“De verzorging in het Gastenhuis is fantastisch. Daar kan ik alleen maar over roemen. Alle mensen die ik aan tafel spreek, zijn ook allemaal lovend. Dat komt door de toewijding en dat iedereen het ons naar de zin wil maken. Ze hebben ook veel begrip voor de situatie, ja het hele huis is totaal en helemaal op ons toegespitst. En dat wij de zelf de regie hebben, dat vind ik zó waardevol. Van betutteling moet ik namelijk niets hebben, dat zou ik ook niet kunnen verdragen. In huis maak ik altijd veel grapjes, ik houd ervan om de boel een beetje te relativeren. Het Gastenhuis is mijn huis geworden, dat kan ik wel zo zeggen ja. Als ik dan weer aan kom fietsen en ik zie het Gastenhuis, dan voelt dat voor mij als thuiskomen. Dat me dat gegeven is op deze leeftijd, dat waardeer ik en ik ben er erg dankbaar voor.”