
“Ik ben gastheer, kok en het vaste gezicht in de woonkamer”
Als gastheer is Rutger vooral te vinden in de gezamenlijke woonkamer. ‘s Ochtends dekt hij de tafel en tussen acht en elf uur komt iedereen op zijn eigen moment ontbijten. “In het begin let je natuurlijk op het ontbijt en zorg je dat iedereen te eten en drinken heeft. Maar je bent ook een vast gezicht voor bewoners. Je zorgt dat het gezellig is, dat er altijd een bakkie gedaan kan worden en dat je klaarstaat voor een gesprek.” Dat betekent ook: goed kijken naar wat iemand nodig heeft. “Sommige bewoners hebben ‘s ochtends helemaal geen behoefte aan een praatje. Dat is ook prima.”
Iedere bewoner heeft zijn eigen ritme en gewoontes, en daar beweegt Rutger graag in mee. Zo is er een bewoonster die dol is op vruchtenhagel en die het liefst op haar eigen manier eet. Rutger biedt haar een broodje aan, maar zij beslist zelf. “Als bewoners iets willen wat niet helemaal aansluit bij mijn eigen beeld, is dat helemaal prima. Er is hier niks moet, en alles mag.”
Bewoners verassen in de keuken
Rond drie uur verruilt Rutger de woonkamer voor de keuken. Daar krijgt hij veel ruimte om zelf te bedenken wat hij kookt. “Ik probeer zo gevarieerd mogelijk te koken en houd natuurlijk rekening met diëten en wat bewoners lekker vinden.” Bewoners die willen helpen, zijn welkom in de keuken. “Aardappels schillen en groenten snijden doen we vaak samen.”
Af en toe zet Rutger iets op tafel dat bewoners nog niet kennen. “Laatst maakte ik gnocchi. De meesten vonden het heel lekker, maar keken eerst wel even: wat is dit nou weer?” Juist dat vindt hij leuk. “Soms hoor ik de volgende dag nog dat iemand zo lekker gegeten heeft. Dan weet ik dat het indruk heeft gemaakt.”
Wandelen met bewoners langs het IJ
Rutger zorgt niet alleen binnen voor een fijne dag, hij trekt er ook graag op uit met bewoners. Het IJ ligt vlakbij en is een geliefde bestemming. “Veel bewoners vinden het leuk om naar de schepen te kijken die langsvaren. En als we wat verder willen lopen, kunnen we bijvoorbeeld richting de Van der Pekbuurt.”
Toen Rutger zelf begon in Overhoeks, verwachtte hij dat Amsterdam-Noord een stuk drukker zou zijn. “Maar als je hier naar buiten loopt, is het eigenlijk heel rustig.” Ook de buurt komt regelmatig naar binnen. “Naast ons zit een school en de kinderen komen soms langs. Er zijn ook buurtbewoners die een praatje komen maken. Dat maakt het heel gezellig.”
Muziek brengt herinneringen terug
Wat Rutger het mooist vindt aan zijn werk? “Toch wel de bewoners leren kennen.” Door veel tijd met hen door te brengen, ontdekt hij steeds beter waar iemand blij van wordt. “Soms zet je muziek op waarvan je weet dat iemand ervan houdt. Dan zie je ineens die sprankeling in de ogen. Dat vind ik de mooiste momenten.”
Muziek kan iets losmaken wat lang blijft hangen. “Sommige bewoners weten niet meer dat we een half uur geleden een rondje hebben gelopen. Maar zet je muziek op waar veel gevoel bij zit, dan komt er ineens van alles terug. Dat vind ik bijzonder.”
Iedereen in het team brengt iets eigens mee
Ook binnen het team merkt Rutger dat iedereen zijn eigen talenten heeft. “Iedereen vindt weer andere dingen leuk om met bewoners te doen. Juist daardoor vullen we elkaar goed aan.” Zelf neemt hij weleens vrienden mee langs, wat voor extra gezelligheid zorgt. “Dan kun je gewoon even samen lachen. Dat vinden bewoners allemaal leuk.” Ook onderling is er veel ruimte voor humor. “We kunnen veel met elkaar lachen en maken graag grapjes.”
Toen Rutger begon, liep hij eerst een aantal dagen mee. Al snel merkte hij dat hij veel ruimte kreeg om het werk op zijn eigen manier te doen. “Het zijn allemaal heel lieve collega’s. Je krijgt vertrouwen en kunt ook echt jezelf zijn.” En dat is voor hem precies wat het werk bijzonder maakt: veel tussen de bewoners zijn, hen helpen waar dat nodig is en soms met iets kleins hun dag net wat leuker maken.