
‘Bij ons kan iedereen lekker zichzelf zijn’
Hoe kwam Het Gastenhuis destijds op jullie pad?
Johan: “Lang verhaal kort? We hadden met mijn ouders al ervaringen met een verzorgingshuis in Groningen opgedaan en daar ging het precies zoals je het niet wilde. Maar goed, het is altijd makkelijk om te zeggen hoe het niet moet, want doé het maar eens. Nou, die uitdaging zijn we samen aangegaan, want de Gastenhuis-visie sloot naadloos aan bij de onze. Destijds zijn we met onze zes kinderen in komen wonen en we hebben op alle mogelijke manieren onze schouders eronder gezet om er een huis van te maken waar iedereen zich fijn voelt; bewoners, hun familie, de collega’s en wij als gezin.”
Wat is jullie visie op zorg en wonen in Het Gastenhuis?
Melanie: “Wat wij willen is dat de bewoners het gezinsgevoel ervaren, dat je gewoon lekker jezelf kan zijn. We willen dat mensen zich veilig en prettig voelen bij ons, dat ze het gevoel hebben dat ze in een warm bad komen en zich te allen tijde welkom voelen. Wij hebben bijna geen verloop onder het personeel, dus de bewoners zien altijd dezelfde gezichten en juist voor mensen met dementie is dat zo belangrijk. We hebben vanaf het begin gezegd: het moet hier zo goed worden dat we er zelf kunnen wonen. Dat is altijd ons uitgangspunt geweest. Nou, als dat morgen aan de orde zou zijn, dan zouden we het helemaal goed vinden!”
Waar staan jullie precies voor?
Melanie: “We willen graag dat mensen lekker uit kunnen, naar de stad wandelen en lekker bewegen. Die vrijheid is belangrijk. Kijk, het geheugenprobleem is heel vervelend en niemand die hier woont, had het bij zichzelf verwacht. Maar dat je, als je dan nog vijf of tien jaar mag leven, een fatsoenlijk leven hebt met perspectief, hoe klein dat ook is, dan is dat heel veel waard.” Johan: “Een vakantie – daar zijn we met de bewoners net van terug – is perspectief voor hen waar ze naartoe leven. Daarna organiseren we weer iets nieuws, zodat ze weer iets hebben om naartoe te leven. Wij geven graag zingeving aan het leven van onze bewoners. Men doet ertoe hier. Bij en door ons wordt niet zozeer naar de ziekte gekeken, maar naar de mens, naar de persoon. Bovendien kijken we niet naar de zorg, maar naar de mogelijkheden.”
Als anderen jullie moeten omschrijven, wat zouden ze dan zeggen?
Melanie: “Ik denk dat wij allebei heel gastvrij zijn, heel verzorgend ook. En betrokken. We zien mensen, hebben interesse is onze bewoners.” Johan: “Onze taken zijn heel natuurlijk verdeeld. Ik organiseer graag, ik ben heel graag aan het regelen, aan het organiseren met scholen. Er moet altijd wel een beetje reuring zijn. Het zou mooi zijn als men ons zag als een warm echtpaar. Bij ons staan altijd de deuren open. Dat is wel een kracht, net zoals dat je je team daarin meeneemt. Dat bewoners zich ontvangen voelen, dat ze zich gelijkwaardig voelen. Dat vinden wij heel belangrijk, ook in ons gezin. Dat is menselijkheid.”
Je noemde ‘scholen’, wat bedoel je hier precies mee?
Johan: “Mijn achtergrond is sportleraar. Ik vind het prachtig om met jonge mensen te werken. Toen we hier kwamen werken, zei ik: We moeten echt een soort van opleidingscentrum worden. We willen niet alleen het voorbeeld geven van hoe het moet, we moeten de jongeren er bovendien in meenemen. We werken momenteel met 7 stagiaires, waarvan 5 in de zorg. Die combinatie is echt heel leuk en prachtig om te zien. Het is goed voor het team. Hier leer je de basisvaardigheden en omgangsvormen. Hoe spreek je bewoners aan? Hoe wil je bejegend worden? Dat leer je hier in een kleine setting. We hebben hele leuke contacten met alle opleidingen, ze komen graag bij ons. Soms geven docenten hier zelfs les aan de jongeren. Zo combineer je dat heel mooi. Dan breng je ook iets mee voor de toekomst. Het is zo belangrijk dat we jonge mensen binden aan de zorg, dat we kunnen laten zien hoe mooi en dankbaar het vak is. Je ziet ze groeien en ze bloeien echt op door de kracht van het team.”
Hoe belangrijk zijn vrijwilligers voor jullie?
Johan: “Enorm belangrijk. Er werkt hier een meisje vrijwillig dat hierachter ons bij jeugdzorg woont. En aan de linkerkant zit de psychiatrie, met hen hebben we leuke contacten en we werken er zo nu en dan mee samen. En dan onze buurman Kees, die werkt elke dag in onze tuin. Ik durf wel te stellen dat hij misschien een betere begeleider is dan wijzelf. Want alle bewoners denken: Hé, daar hebben Kees weer in de tuin, wat gezellig. Kees heeft voor iedereen oog en oor. Volgende week zetten we een kas buiten op, samen met Kees, maar ook samen met de bewoners. Die samenwerking is zó bijzonder en leuk.”
Jullie verlenen 24/7 zorg op maat, zo is het feitelijk toch?
Melanie: “Absoluut. Het is nooit een vast riedeltje dat je afspeelt. We doen bij elke bewoner die hier binnenkomt een huisbezoek voordat ze komen wonen. De één woont op de boerderij en de ander in de stad. Wat we willen voorkomen is het ‘instellingsdenken’. Wij kijken graag naar de persoon achter de dementie en wat hij of zij nodig heeft. En het mooie is, bewoners kunnen vaak meer dan zij of hun familie denken, ook al zit je wat verder in de dementie. Je moet er niet aan denken dat je twee jaar naar het einde toe moet werken, dat je je tijd uitzit? We laten onze bewoners lekker veel bewegen en aan activiteiten meedoen. Laten we die trappen vooral blijven lopen. Het is hartstikke belangrijk om dat te blijven doen.”
Melanie: “We hebben een bewoner die vanochtend op zijn fietsje naar de jeu de boulesbaan is gegaan en daar met zijn vrienden is. Of die bewoner die een hondje heeft maar het niet zelfstandig kan uitlaten. Een andere bewoner loopt dagelijks graag met dat hondje omdat de zijne kortgeleden is overleden. We hebben twee vriendinnen wonen die ook buren zijn hier, die zitten dan lekker met elkaar te keuvelen en gaan met elkaar op pad.” Johan: “Begrijp me goed, er wordt hier ook gemopperd hoor, haha. Wat dat betreft is het hier een heel normaal huis. Maar wel een huis met bewoners en collega’s waar wij als zorgechtpaar al bijna zes jaar, ontzettend trots op zijn.”