9 mei 2018geplaatst door Het Gastenhuis

1 januari 2020 gaat de nieuwe wet Zorg en Dwang in. De huidige wet Bopz komt dan te vervallen. Onlangs gingen we samen met al onze zorgechtparen in gesprek met Hugo van der Wal (ministerie van VWS) over de inhoud van deze nieuwe wet en wat deze betekent voor het Gastenhuis.

Een cultuuromslag in de zorg

Het staat met grote letters in de presentatie van Hugo: ‘Wat wij willen: een cultuuromslag in de zorg!’ Het is de kern van de nieuwe wet: vrijheid wordt de norm, vrijheidsbeperking de uitzondering. Je zou je kunnen afvragen waarom de wet eigenlijknog ‘Zorg en Dwang’ heet en niet ‘Zorg en vrijheid’. Hugo beaamt onze opmerking: “Dat zou de lading inderdaad beter dekken. Maar strikt juridisch is het zo dat de overheid de vrijheid van mensen niet in wetten kan vastleggen. Daarom draaien we het als het ware om. Het recht op vrijheid is een recht dat iedereen heeft en vormt ook het uitgangspunt van deze wet. In welke gevallen en onder welke voorwaarden deze toch mag worden beperkt, leggen we vast in een wet.”

Een wet voor iedereen

Waar de wet Bopz alleen geldt voor mensen met een Bopz-indicatie en instellingen met een Bopz-erkenning, geldt de nieuwe wet straks voor alle mensen met een psychogeriatrische aandoening of een verstandelijke beperking en voor alle instellingen waar zij zorg krijgen. Ook voor Het Gastenhuis dus. Uitgangspunt van deze wet is dat er geen gedwongen zorg wordt toegepast. Ook als er sprake is van zogenaamd ‘ernstig nadeel’ mag er pas worden overgegaan tot onvrijwillige zorg als er alles aan gedaan is om het probleem met instemming van de klant op te lossen. De zorgverlener moet daarbij een stappenplan volgen waar onder andere ook het inwinnen van extern advies onder valt. En de doelstelling is altijd om de onvrijwillige zorg weer te stoppen. De ‘one size fits all’ werkwijze van de Bopz maakt plaats voor maatwerk.

Onvrijwillige zorg

‘Onvrijwillige zorg’. Het is de opvolger van de term ‘vrijheidsbeperking’. Iets wat binnen de huidige wet vrijheidsbeperking heet, hoeft onder de nieuwe wet niet per definitie onvrijwillige zorg te zijn. Maar andersom geldt het ook: iets wat onder de huidige wet geen vrijheidsbeperkende maatregel is, kan wel opeens ‘onvrijwillige zorg’ worden. Er ontstaat een groot grijs gebied dat zorgverleners dwingt om een duidelijke visie op dit onderwerp te formuleren en in gesprek te blijven met klanten, vertegenwoordigers en experts. Dat is een goede ontwikkeling.

De nieuwe wet en het Gastenhuis

In een Gastenhuis kan iemand het leven dat hij thuis leefde zoveel mogelijk voortzetten. Dat vraagt er per definitie om dat we denken vanuit de bewoner en diens vrijheden. In gesprek blijven met onze bewoners en hun naasten is daarbij het allerbelangrijkst. Want soms kan het even duren voor je weet waar de schoen wringt. Zo vertelde Emiel de Jong dat ze in Vleuten een bewoner hadden die heel moeilijk liep. Om hem te behoeden voor valpartijen namen ze hem automatisch bij de arm. Maar na een poosje vroeg zijn vrouw of ze daar alsjeblieft mee wilden stoppen. Haar man werd er bozig van. Het ontnam hem het gevoel dat hij zelfstandig kon functioneren en z’n eigen weg kon gaan. Hij wist dat hij het risico liep om te vallen. Maar dat risico nam hij graag voor lief, als hij daarmee zijn gevoel van vrijheid kon behouden.

Gezond verstand

Feitelijk doet de nieuwe wet zorg en dwang een beroep op gezond verstand. Op duidelijk communiceren en goede afspraken met elkaar maken. Voor veel instellingen zal het inderdaad een cultuuromslag zijn. Maar voor ons kunnen we gelukkig stellen dat we zo al werken. Het is mooi om ons ons gedachtengoed terug te zien in de basis van deze nieuwe wet.